De wijk in

Ik kom regelmatig bij welzijnsorganisaties en gemeenten die vastlopen in hun ambitie om de wijk als basis voor hun dienstverlening te nemen. Ze willen graag ‘de burger centraal’ zetten en hulpverlening ‘in de buurt’ organiseren maar hebben geen idee hoe. Laat ik onmiddellijk verklappen dat er geen pasklaar antwoord is, er is geen toverstok of magische formule. Het goed organiseren van welzijnswerk en hulpverlening in de eigen omgeving van mensen vraagt om een luisterend oor en maatwerk.

Laat ik concreter zijn, ik heb namelijk een tip voor iedereen die zijn eerste stappen zet in het wijkwerk. Ga de wijk in! Dit lijkt een enorme open deur maar ik zie het te weinig. Weet je even niet meer hoe je verder moet? Ga de wijk in. Ben je op zoek naar een richting? Ga de wijk in. Wil je weten wat er leeft? Ga de wijk in!

Wat mij betreft is de unieke toegevoegde waarde van het sociaal werk dat we niet alleen bekend zijn met de systeemwereld maar dat we ook kennis hebben van de informaliteit. De ‘olifantenpaadjes’ zoals Justus Uitermark ze aanhaalde op Krachtproef 2015. Het moment dat je jezelf niet meer in het ‘informele’ bevindt dreigt dus het verlies van je unieke toegevoegde waarde.

Stel, je volgt mijn tip op en daar sta je dan midden op straat. Wat moet je in hemelsnaam doen? Praat met mensen, laat je professionele belang en bagage naar de achtergrond verdwijnen en praat met mensen. Heb het over het weer, het wijkcentrum, de kinderen of de stand van het land. Maak contact met de ander en ga op zoek naar verhalen. De verhalen die een wijk tot leven brengen en mensen met elkaar verbinden. Zo krijg je een beeld van het DNA van een gemeenschap. Ik heb het over dat ene clubje vrouwen dat al jaren iedere week een rondje met elkaar fietst, over die ene keer dat de hele wijk had helpen blussen bij een brand in de supermarkt of die ene lieve buurvrouw die soep maakt voor de zieke buurman.

Daniël Pit.